Te zien t/m 18 augustus 2019

Modern Nederland 1963 – 1989

Vanaf de jaren 60 van de twintigste eeuw wilde Nederland modern zijn. Kenmerkend was een voorliefde voor geometrische vormgeving en het gebruik van wit, zwart en grijs. De tentoonstelling ‘Modern Nederland 1963-1989 – De vormgeving van een gidsland’ geeft een levendig beeld van design, architectuur en kunst uit deze periode. Een feest van herkenning voor iedereen die zich deze periode herinnert.

Ontwerper Wim Crouwel copyright Paul Huf/MAI

Het Nederlandse modernisme uit de periode 1963-1989 had een typerende vormgeving van monochromie, abstractie en geometrie. Het was onderdeel van een internationale modernistische beweging maar het was ook typisch Nederlands, zowel in de beeldtaal als in de maatschappelijke ambities. Overheidsbedrijven als de PTT, de spoorwegen en de belastingdienst waren een belangrijke opdrachtgever voor ontwerpers, en droegen daarmee eensgezind de naoorlogse Hollandse waarden van anti-traditie, openheid, tolerantie en democratie uit. Van postzegels tot Deltawerken, overal drukte de overheid haar stempel op openbaar design.

In de loop van de jaren negentig kreeg dit typisch Nederlandse modernisme echter een negatieve reputatie. Dertig jaar later is bijna alles van deze stijl afgebroken, opgeruimd, vergeten of in depots opgeslagen. Maar het is tijd voor een kritische herwaardering van het Nederlands modernisme van 1963 tot 1989. In het licht van het wereldberoemde maar maatschappelijk betekenisloze Dutch Design zijn de ontwerpen uit deze periode nu weer visueel verfrissend en de sociale ambities weer relevant.

De tentoonstelling ‘Modern Nederland 1963-1989 – De vormgeving van een gidsland’ geeft een levendig beeld van design, architectuur en kunst uit deze periode. Het is een feest van herkenning voor iedereen die zich deze tijd herinnert.  Met ontwerpen en kunstwerken van onder anderen Gijs Bakker, Joost Baljeu, Wim Crouwel, Ad Dekkers, Herman Hertzberger, Kho Liang Ie, Emmy van Leersum, Aldo van den Nieuwelaar, Bruno Ninaber van Eyben, Jan Slothouber & William Graatsma, André Volten en Carel Weeber voor onder andere de PTT, DSM en Rijkswaterstaat.

Het campagnebeeld

Bij de tentoonstelling ‘Modern Nederland 1963-1989’ is gekozen voor een bijzonder campagnebeeld: de foto die Paul Huf nam van ontwerper Wim Crouwel voor het blad Avenue. Timo de Rijk, de conservator, zegt over dit beeld: “Ik zie de ontwerper. Ik zie de relatie tussen een aantal verschillende disciplines. Ik zie het ontwerpen van jezelf; het idee dat de toekomst en de maatschappij en de mens maakbaar zijn. Hiermee is dit beeld een perfecte afspiegeling van de thema’s van de tentoonstelling ‘Modern Nederland 1936-1989. De vormgeving van een gidsland’.” Lees hier meer over het campagnebeeld

Copyright Paul Huf/MAI

Wil je weten waarom de tentoonstelling ‘Modern Nederland’ de precieze periode van 1963 tot 1989 beslaat? In deze animatie wordt het uitgelegd! Animatie door Romee van der Schoot (@romee.art)

Het tentoonstellingsontwerp

De tentoonstelling is ontworpen door Jan Konings en Simon Davies. In hun ontwerpproces hebben ze veel nagedacht over hoe design het beste getoond kan worden, en wat het verschil is tussen een kunstmuseum en een designmuseum. In dit interview vertellen ze meer over de totstandkoming van ‘Modern Nederland 1963-1989’Lees hier het hele interview en bekijk de zaalbeelden.

De tentoonstelling eindigt met de vraag ‘Hoe verging het ons na Modern Nederland?’. Conservator Timo de Rijk beantwoordt die vraag in een tekst die alle bezoekers na het laatste thema mee krijgen.

“In de loop van de jaren negentig van de twintigste eeuw kreeg het Nederlandse modernisme van de jaren ervoor een negatieve betekenis. De kritiek richtte zich op de eenzijdige morele bedoelingen en vrijblijvende consequenties, het beruchte ‘onderwijzersmodernisme’. Ruim een kwart eeuw later is veel van dit Nederlandse modernisme afgebroken, verbouwd, overgeschilderd, opgeruimd, in depots opgeborgen en vergeten. Maar het Nederlandse modernisme is toe aan een kritische herwaardering, als instrument voor zelfreflectie, in het licht van Dutch Design en wat daarop volgde.” Lees de rest van de tekst hier: Hoe verging het ons na Modern Nederland?

De Peperklip van Carel Weeber, foto door Rob Bogaerts, Nationaal Archief via Wikimedia Commons

Modern Nederland volgens anderen: de Peperklip (radiodocumentaire)

Het was bij de oplevering in 1982 het grootste sociale wooncomplex van Nederland. De Peperklip van architect Carel Weeber was een voorbeeld van zowel de esthetische als de maatschappelijke ambities van ‘Modern Nederland’. Binnen een jaar was ‘de Klip’ echter een modern getto vol criminaliteit, vandalisme, ellende en overlast. Michal Citroen maakte met Carel Weeber, bewoners en verhuurders een documentaire over De Peperklip voor het NPO Radio 1 programma ‘Het spoor terug’. Luister de documentaire hier

Modern Nederland volgens anderen: Alleman (film)

De tentoonstelling start in 1963. Het jaar waarin de Algemene Bijstandswet werd aangekondigd en waarin het toonaangevende ontwerpbureau Total Design werd opgericht. Benieuwd naar hoe Nederland en ‘de Nederlander’ er uitzag in die tijd? De documentaire ‘Alleman’ van Bert Haanstra kwam ook in 1963 uit, en geeft een geweldig beeld van deze periode. Kijk de documentaire hier op het Youtube kanaal Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. 

Modern Nederland volgens anderen: Droom van helderheid (boek)

In dit boek laat Wibo Bakker de ontwikkeling zien van huisstijlen in Nederland tussen 1960 en 1975. In deze periode groeiden huisstijlen uit van een marginaal verschijnsel tot een onmisbaar element in de presentatie van bedrijven en instellingen. Ook in de tentoonstelling ‘Modern Nederland’ komen veel huisstijlen voor. Ze werden gezien als een vorm van visuele efficiency, hiermee aansluitend bij de heersende modernistische ontwerpopvattingen en het vooruitgangsgeloof in de jaren zestig. In dit rijk geïllustreerde boek vind je casestudies als KLM (1963), PAM (1965), AH (1966), NS (1968), DSM (1969) en de PTT (1981). Bekijk het boek hier

Deze tentoonstelling wordt mede mogelijk gemaakt door financiële steun van Fonds 21 en de gemeente ‘s-Hertogenbosch.