Een punt, een pijl of een druppel op een kaart op je telefoon; dat is hoe je vandaag de dag aangeeft waar je je bevindt. Maar voor wie is opgegroeid vóór de smartphone was de ANWB-praatpaal een geruststellend punt in de berm langs de snelweg. Een felgeel teken dat precies één ding vertelde: hier ben je, en hier krijg je hulp. De beroemde konijnenoren van de laatste generatie waren daarbij niet alleen iconisch, maar ook functioneel. Je moest de paal al van ver kunnen herkennen en de oren zorgden ervoor dat het geluid uit de microfoon goed te horen was.
De praatpaal maakte je vindbaar in een tijd waarin je telefoon dat nog niet deed. Je belde niet vanaf je eigen locatie; je belde vanaf de paal, die jouw plaats in het wegennet weergaf. Het ontwerp was daarmee niet zomaar een object, maar een knooppunt tussen lichaam, landschap en hulpverlening. Met de komst van de mobiele telefoon verdween de praatpaal uit het landschap. Daarmee veranderde ook onze omgang met techniek en veiligheid. De praatpaal is zo veranderd in een herinnering aan een tijd waarin zichtbare objecten in de openbare ruimte ons oriëntatie boden, lang voordat een digitale druppel op een scherm dat overnam.