Naar de inhoud

Natiestaten gebruiken vaak dezelfde officiële symbolen om hun autoriteit te onderstrepen. De vlag, het volkslied, het staatswapen. Deze symbolen geven de onpersoonlijke ‘staat’ iets tastbaars en concreets.

In de nasleep van de Eerste Wereldoorlog pleitte de Amerikaanse president Woodrow Wilson voor het ‘zelfbeschikkingsrecht van volkeren’. Maar pas na de Tweede Wereldoorlog werden ook de gekoloniseerde gebieden in Afrika en Azië definitief onafhankelijk. Pas toen werden moderne natiestaten de wereldwijde standaard. De grenzen van deze nieuwe natiestaten waren vaak door een voormalige kolonisator ontworpen. Om hun legitimiteit te bevestigen, gebruikten ook de nieuwe staten de inmiddels gangbare staatssymbolen.

De vorm of stijl van een nationaal symbool past vaak bij een specifiek beeld van de natie. Maar die vorm wordt meestal niet door één besluit bepaald. Regelmatig komt hij voort uit toeval, opportunisme, of strijdende politieke belangen. Met officiële goedkeuring probeert de staat een nationaal symbool vast te leggen. Maar zelfs dan kan de strijd over zijn betekenis nog elk moment oplaaien.

Alledaagse autoriteit

In de foto’s van Jan Banning verschijnt de staat in zijn meest alledaagse vorm: een lokale ambtenaar, aan een bureau dat soms rommelig en soms juist opgeruimd is. Officiële nationale symbolen, zoals vlaggen of portretten van de president, staan schijnbaar achteloos op de achtergrond. In deze foto’s ligt de focus juist op de alledaagse bureaucratie, die de staat draaiende houdt.

Vlaggenstrijd

De vlag is het ultieme nationale symbool. Veel landen kennen daarom een geschiedenis van ‘vlaggenstrijd’. Verschillende vlaggen, die verschillende politieke idealen van de natie vertegenwoordigen, strijden om erkenning. Zelfs officieel erkende vlaggen betekenen niet voor elke staatsburger hetzelfde. Paradoxaal genoeg verklaart dat deels waarom de natiestaat zo’n succesvol model is. Veel verschillende mensen kunnen zich immers op hun eigen manier met de natie identificeren.

Nationaal museum, nationaal monument

Wie ‘nationaal bewustzijn’ wil creëren, moet eerst vastleggen wat de nationale cultuur precies is. Dat vertaalt zich vaak in een obsessie met ‘erfgoed’. De plaatsen, gebouwen en objecten die het nationale karakter tastbaar maken worden aangewezen en op een voetstuk geplaatst. Vanaf de 19e eeuw gebeurde dit steeds vaker in nationale musea. Die combineerden vaak hele diverse stijlen en historische gebeurtenissen tot één nationale cultuur. Ook veel postkoloniale staten bouwden in de 20ste eeuw nationale monumenten en musea, als bevestiging van hun eigen identiteit.

Parlementsgebouw

Een belangrijke filosofie achter de natiestaat is het idee van volkssoevereiniteit: staten regeren (in theorie) namens het ‘volk’. Nationale parlementsgebouwen drukken dit symbolisch uit. De bouwstijl van deze parlementen verraadt daarom veel over de gangbare opvattingen van de natie. Veel 19e-eeuwse parlementsgebouwen verwezen bijvoorbeeld naar een glorieus middeleeuws of klassiek verleden. In de 20ste eeuw kozen sommige staten, zoals Brazilië, juist voor een expliciet modernistische stijl om hun vooruitstrevendheid te benadrukken.

Diplomatiek geschenk

De diplomatieke cadeaus die je hier ziet waren bestemd voor vertegenwoordigers van de DDR (Duitse Democratische Republiek). Deze Oost-Duitse staat werd gezien als marionet van de Sovjet-Unie en een pion in de Koude Oorlog. Diplomatieke geschenken bevestigen de symbolische legitimiteit van de staat: in dit geval zowel die van de DDR als van de landen die de geschenken gaven.

Symbool van erkenning

Welke groep mensen officieel als ‘natie’ mag gelden, staat nooit helemaal vast. Niet voor niets bestaan er ook nationalistische bewegingen zonder eigen staat; officiële regio’s die zichzelf als naties beschouwen; of staten die niet door iedereen erkend worden. Voor veel moderne onafhankelijkheidsbewegingen zijn nationale symbolen een bron van legitimiteit en erkenning. De natie belichaamt immers de ultieme autoriteit.

Gerelateerde verdieping items