Natiestaten spreken tot de verbeelding. Ze maken aanspraak op het ultieme gezag, maar hebben tegelijkertijd iets willekeurigs. De grenzen van het huidige Nederland liggen bijvoorbeeld pas sinds 1949 vast. Toen kreeg Nederland er nog 69 vierkante kilometer Duits grondgebied bij.
Beoefenaars van de hobby geofictie ontwerpen hun eigen landen, compleet met vlaggen, kaarten, volkslied of zelfs een taal. ‘Micronationalisten’ verklaren zich de koning of president van een eigen staat. In hun eigen achtertuin, bijvoorbeeld. Meestal bij wijze van grap of spel. Soms in bittere ernst.
Sommige mensen wijzen de natiestaat volledig af. Nationalisme verdeelt mensen immers in ‘landgenoten’ en ‘buitenlanders’. Het kan verenigen, maar net zo makkelijk haat, onderdrukking of geweld rechtvaardigen. Met name rond 1900 groeide de hoop op een vredelievende ‘natie’ voor de hele mensheid. Dit was niet toevallig een tijd van gewelddadige grensoorlogen en steeds agressiever nationalisme. De Russisch-Joodse oogarts Ludwig Zamenhof ontwierp zelfs een hele nieuwe kunsttaal, het Esperanto, die nationale verschillen moest overbruggen.
Regering voor de mensheid
Het ideaal van een vreedzame wereldregering gaat al terug tot het Verlichtingsdenken van de 18e eeuw. Vooral na de verschrikkingen van twee Wereldoorlogen was dit ‘internationalisme’ populair. Architecten maakten plannen voor een wereldhoofdstad, of centra van internationaal recht, zoals het Vredespaleis in Den Haag. Organisaties als de EU of de VN belichaamden de hoop op een vreedzame wereld voorbij agressief nationalisme. Toen de Raad van Europa in 1951 plannen voor een Europese vlag aankondigde, stuurden tientallen mensen ongevraagd hun eigen ontwerp in.
Vrije staten, verzonnen staten
Op kaarten lijkt te wereld al eeuwen verdeeld in natiestaten. De praktijk is een stuk vreemder en complexer. Zo bestond er ten zuiden van Limburg tot 1920 nog een piepklein stukje grond, Neutraal Moresnet, dat officieel bij geen enkel land hoorde. Zulke voorbeelden bieden inspiratie aan micronationalisten. Zij roepen hun persoonlijke staatjes uit, als grap of parodie op officiële staten. Eigen postzegels of munten maken de staat nog ‘echter’. In de hobby geofictie wordt de staat helemaal teruggebracht tot zijn ontworpen symbolen. Veel fictieve staten of ‘geo’s’ bestaan alleen maar als kaart, vlag, of munteenheid.
Wereldburgers
Met zijn geschiedenis van agressie en uitsluiting heeft het nationalisme altijd critici gehad. Zo noemde de natuurkundige Albert Einstein het een ‘kinderachtige ziekte’. Sommigen pleiten in plaats daarvan voor een alomvattend wereldburgerschap. Zo zag Ludwig Zamenhof zijn wereldtaal Esperanto als de sleutel tot een vreedzame broederschap van de hele mensheid. De zeiler George Dibbern, geboren in Duitsland, baarde in de jaren 40 opzien met zijn persoonlijke vlag en paspoort. Hij keerde het agressief-nationalistische naziregime de rug toe, en besloot als wereldburger rond de wereld te zeilen.